Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertolken of de weergave van muziek in den dans. Ik combineer dans, plastiek en pantomime. Nu heeft 'teene nummer meer plastiek, 't andere meer pantomime. Weêr andere nummers zijn meer dans. De Aegyptische dans is vooral plastiek. Ik heb Aegyptische reliëfs daarvoor bestudeerd. Ik was in New-York veel bij artisten, bij beeldhouwers en schilders en gaf daar m'n oogen goed de kost. Ik heb ook veel geposeerd. In de Art Galery 59st street te New York sta ik in brons als een soort boschgod tusschen twee pauwen. Alice Morgan Wright, de bekende beeldhouwster, heeft die statue gemaakt. Ook heb ik veel geposeerd voor éene van de beste leerlingen van Rodin, voor Malvina Hoffman, ook als faun op fonteinen. Als een beeld dat tot leven komt.

De ballettechniek stamt uit Griekenland. Die deden al aan balletoefeningen. Duncan en hare leerlingen hebben volmaakt de Grieksche dansen weergegeven. De ballettechniek is noodig, zooals 'n pianist gamma's speelt, 't Lichaam moet volkomen beheerscht zijn. Elke spier bijna wordt geoefend en ontwikkeld. In 't geheel zijn er . . . 75 oefeningen. Er komt veel anatomie aan te pas.

't Instudeeren zelf van 'n dans is inspiratie. Ik maak iederen dans zelf. Maar die inspiratie fixeer ik. Dat gaat als met eene schilderij. De schilder maakt eerst een grove schets. Zoo gaat 't ook met den dans. Die heeft z'n figuren. Je kunt er 'n heel teekeningetje van maken. Veel concentratie is er voor noodig.

Bij ieder nummer komt grime en costuum in overeenstemming met de uit te beelden figuur, 't Costuum ontwerp ik ook zelf.

Hoofdzaak is rhythme. 't Gevoel voor rhythme moet zeer sterk zijn. Die moet je van nature hebben. Anders gaat 't in mijne kunst niet. Ik ben desalniettemin geen aanhanger van Dalcrose. Dat is goed voor menschen, die aan muziek doen, maar m.i. niets voor beroepsdansers. Als je geen rhythme-gevoel hebt, dan kun je evenmin dansen als wanneer je geen beenen hebt.

Ik ga nu les geven aan drie actrices van het ,, Hof stad tooneel": aan Lous Chrispijn, aan Nelly Ferguson en aan Annie Westdijk.

Sluiten