Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een, maar voor elke vrouw in 't bijzonder, die naar beste weten en kracht, onafhankelijk, in trouw en eerlijkheid de literatuur poogt te dienen. Zou het, zweeg ik over hen, niet zijn of ik, de verdiensten der kinderen prijzend, dezen de hen allen overschitterende glorie van den stamvader en grondvester van hun huis onthield ? Want in geen mindere verhou- ding dan die staan zij tot onze huidige romanschrijfsters, zij de waarachtige grondvesters der realistische epica in ons land ; gehjk het dan ook onbetwijfelbaar waar is, dat zoo Holland al de eindeloos-herhaalde verwijten moet hooren, dat het sinds zijn gouden eeuw geen eigen groote literatuur bezit, die ter vergelijking met de buitenlandsche voor kan treden, het althans zou kunnen antwoorden: „Wellicht hebt gij voor het grootste deel gelijk, wellicht — ik geloof het niet, want gij verwart dunkt mij, den geestelijken of socialen inhoud der kunst met haar aestetisch wezen ! — maar indièn ge voor 't óverige gelijk hebt, dan wijze ik u er op, dat eens deze twee vrouwen uit mijn volk opstonden en wrochtten uit mijne kracht iets, waarvan ge in hun tijd vergeefs de wederga, ook de uitheemsche, zoudt zoeken, een voldoende reden dunkt mij, om met uw apodictisch oordeel wat voorzichtiger te zijn en mij niet, stekelige bijtjes, omdat gij te weinig van mijn honing te puren verstaat, van den ochtend tot den avond om de ooren te vliegen zoemen in één-tonig gebrom. Vloogt ge toch tegen de een of andere lamp!" — Ja, ik wilde wel dat Holland dit eens hadde gezegd, gebulderd desnoods, met de zwaarste stem, die kan opdreunen uit zee-geharde borst met Freryk de Harde's stem, al ging het dan niet met die eene verwensching alléén l . . .

En nochtans : schoon zij al die vuurproef kunnen doorstaan, het ware niettemin onbillijk, de opmerking achterwege ,len' ~ men het werk der ^ouwelijke kunstenaars van Wolff en Deken's tijd niet met dat der mannelijke mag vergelijken, zonder erbij te voegen, dat de kansen der laatstgenoemden op het bereiken eener zekere voortreffelijkheid uitteraard heel wat grooter waren dan die der eersten. Du haut de sa grandeur zag de man-meester neer, hij zag daarom wonderwel de aarde en — indien hij zich niet in tè valsch romantische of sentimenteele bui bevond ! — even goed de gelaten en gebaren, en daar doorheen de geesten

Sluiten