Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bedoelingen, van hen, die zich voorbij hem bewogen. Maar de vrouw zag uit haar kleinheid, uit haar sinds menschenheugenis naarstiglijk-gekweekte en zoete afhankelijkheidsbewustzijn o p ; zij zag gestadig: n i e t de aarde, maar het illusoire wolkenspel van lucht en hemel, zij werd vóór alles de himmelblickende, en, gleed haar blik omlaag, wat zag zij anders dan de haar godinnerig- of speelpopperig- „vereerende" galante beuzelaars, dan wel de te haren behoeve in welwillend-beschermende heiligheidsplooi getrokken gelaten der heeren-en-meesters ? Alleen het autochtthoon genie met de ingeboren ideeën, het genie, dat, gelijk Heine van zich-zelf getuigt, de gewaarwording heeft, of er een wezen achter hem staat, dat hem toefluistert de schoonheid en waarheid; het genie met het enorme devineervermogen, dat ziet, ook zonder stoffelijk te zien, en doorvoelt, ook zonder stoffelijk te voelen, dat kon hier doorschouwen en begrijpen. Wolff en Deken bezaten het, als menschscheppend vermogen, en zóó : niet één andere vrouw van hun tijd. Talent kon hier niet baten. Het talent verbetert, versiert, het genie schept. Het talent maakt aan en op iets groots iets kleins, het genie maakt van iets kleins een ongedachte grootheid. Geef het genie een ster en het schept u een hemel ; geef het talent een hemel en het borduurt een mooien, gouden en heel correcten sleutel op St.-Pieter's rok. Wat het talent dan ook niet opgemerkt heeft en betast en meest ploeterend cerebraal verwerkt, dat kent en bezit het niet. Maar dat opmerken, we nebben het reeds gezegd, en weinigen zullen het bestrijden, werd der vrouw deels door haar sociale omstandigheden, deels ook door de geslachtén lang gekoesterde en inhaerent aan haar wezen geworden afhankelijkheidsneigingen belet. Zoodat.... Letten we even op de toch brillante vermogens van de barones de Staël. In 1788, luttel jaren dus na „de Sara Burgerhart" en „Willem Leevend", publiceertzij hare„Lettres sur les écrits de Rousseau." Een andere omgeving, een andere afkomst, een ander land dan die van het dienstmeisje, de arme remonstrantsche wees Agatha Deken, dan die van de burgerlijke domineesvrouw Elisabeth Wolff zijn de hare. Haar land is in hare jeugd een dreigende vulkaan, zijn flanken groenen van kiemende beloften als geen andere streek. Zijn dreiging wekt in de zielen een verzwegen en neerge-

Sluiten