Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als de van zwaar sieraad glanzende taal van Vondel's vorstelijk minnenden Salomo. Wanneer ik in Madame de Staël eene statige schoonheid als deze zie — en het wemelt van dergelijke in haar werk — ,,On dirait que 1'ame des justes donne, comme les fleurs, plus de parfum vers le soir", dan zou ik het billijken, dat er geen prijs der schoonheid zóó hoog geheven hing, of de hand, die dit schreef moest haar kunnen grijpen ; dan is het mij als overtrof niets meer, als ware zelfs alles beneden het genie, dat een hoog wijsgeerig en psychologisch levensinzicht aan de gave dat zoo lyrisch te ver-beelden paart. Dat komt dan echter, omdat als zulk een „wolk des Heeren" ons hart vervult, de dienende priesters van onze herinnering en oordeel buiten treden, maar is Hij heen getrokken, dan hervatten zij den dienst en onderrichten fluisterend en zachtzinnig, dat men geen commentaar der schepping zóó mag eeren als een schepping, die tevens — haar eigen commentaar is ... . —

Op het gebied van zulke wijsgeerig-lyrische schoonheid als de zooeven geciteerde treden de beide vriendinnen nooit. Zij is hun vreemd. Maar kan men zich al te zeer daarover verwonderen ? Immers, gelijk het een der kenmerken van den pseudo-menschschepper is, dat het literair en ander décor bij hem de hoofdzaak en de menschbeelding het bijkomstige wordt, is bij den echten en genialen het tegenovergestelde 't geval. De allergrootsten kenmerkt zelfs iets als een ademloos voortjachten, terwijl zij hun figuren vormen, een brandende van geen rustpoos onderbroken aandacht, daarop alléén gericht, waarvan men de koortsklop in hun proza hoort. Bij den een lijdt dit van het décor eronder, bij den ander dat, maar bij allen iets, uitgezonderd dan die ééne, de unique Flaubert, voor wien het werken dan ook inderdaad een bovenmenschelijke marteling was ; hij de eenige, die het wonder vermocht zijn zon en sterren aan één hemel te doen stralen. — Dat ook de beide vriendinnen volkomen door hun menschscheppend genie werden beheerscht, wie twijfelt er aan, als hij hun vreugdigen geest met den élan van een triumphator al dieper en verder ziet trekken zonder aarzeling of verpoozing het wonderland in van het menschelijk hart. Men voelt hun opgetogenheid over hunne ontdekkingen, de opgetogenheid om eigen kracht, alzijds in hun wer-

Sluiten