Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beste, m'n eenige kans misschien, om te worden gelezen !" Dan glimlacht ze ontwapend. Maar wee mij, wee ! waar had ik mij moeten bergen, als Betje dat antwoord hadde gehoord 1 .. ..

Ter wille der te boekstaven waarheid, vergeve mij de lezer deze kleine fantasie : der waarheid, dat de toch zeer aanmerkelijk oudere romans van Wolff en Deken ons zoo veel nader staan, een zoo onvergelijkelijk sterker indruk van levenswaarheid op ons maken dan de meer recente van Mevrouw Bosboom. De oorzaak lijkt mij geen andere, dan dat de laatste meer een schepper van „intrigue", van verwikkelingen was, meer ook een symbolisch-vermenschelijker van de groote geestelijke stroomingen, die de ideëele drijfkrachten waren van het historisch gebeuren, dan een eigenlijk menschenschepper. Had zij de gave voor het laatste in even groote mate als die voor de eerste bezeten, zij zou een epische voortreffelijkheid hebben bereikt, dan welke er geen hoogere bestaanbaar is. Nu echter kon het niet anders of zij moest in haar geschiedkundige romans zooveel beter dan in haar tijdgenootelijk werk slagen. Niet alleen immers, dat in de beelding van het meer avontuurlijke verleden, ook de meest fantastische intrigue niet licht zoo onwaarschijnlijk zal lijken als in die van het zooveel nuchterder heden — het heden ook van Mevrouw Bosboom — maar anderzijds zijn ook de geestelijke drijfkrachten van voorbijgegane tijdperken, die reeds geboekstaafde historie zijn geworden, zoo onvergelijkelijk lichter te door- en overzien dan die van den wordenden tijd, den tijd waarin men leeft, dat wie al het vermogen tot het peilen der eerste bezit, nochtans door een afgrond kan zijn gescheiden van de geniale macht het ook de laatste te doen en zijn menschscheppend talent of genie wel sterk genoeg voor het eene kunstgenre maar niettemin te zwak voor het andere kan wezen x). Het is ongetwijfeld waar, dat haar werk nog een andsr element van vroegtijdige veroudering bevat, dat in het werk van Wolff en Deken

*) Wat ik vroeger te dezen plaatse schreef over den psychologischen biograph — De Gids, Januari 1914, blz. 123 — geldt ook in niet geringe mate voor een bepaalde soort schrijvers van historische romans.

Sluiten