Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„hoe maak ik voor mijn nuchtere Hollanders zóóiets tot waarheid" ; of het zij daarentegen iets te zwak en een weinig weifelend geschreven, doordat de begeerte in haar leefde, niet voor iemand te worden gehouden, die zelf, „in zoo iets gelooft", en ziedaar : het wekken der waarheidsimpressie wordt zeker gemankeerd, terwijl thans, nu de kunstenares dit wonderbaarlijk gebeuren met even groote psychische zekerheid heeft gezien, als zij al hare werkelijkheden ziet, mogen zij al dan niet in hun oorsprong van louter geestelijken aard zijn, zij er niet aan denken kón, dit gebeuren, déze realiteit op eenige andere wijze te beschrijven

— óf met een ongeloofwaardigen over-nadruk, óf quasisupérieur erboven-staande — en haar relaas dan ook precies zóó scherp, zóó klaar en duidelijk begrensd is als dat van het optreden van haar zoutsmokkelaar ! — Op dat „niet denken-kón" komt het aan. Ware het anders geweest, de beschrijving zou niet in die mate geslaagd zijn. Psychisch bezit men slechts waarheid, indien men door haar bezeten wordt, en slechts dan zien ook anderen haar als waarheid, zoo de kunstenaar de gezant en de waarheid de gebiedster is : niet in het omgekeerde geval. En moge het ook ongetwijfeld in groote mate van de receptiviteit des lezers afhangen of de fijnere nuances, stemmingen en gewaarwordingen van den kunstenaarsgeest in den zijne zullen overgaan, er zijn van die diepere, grootere mouvementen, die onfeilbaar, soms zelfs verhevigd, van den een in den ander dringen : <le zekerheid van des schrijvers innerlijk zien wordt die van den lezer ; zijn twijfel echter aan eigen visie, neen, wordt niet diens twijfel, maar — zoo groot is de vloek die op zich als kracht voordoende zwakheid rust — absolute verwerping en ongeloof ! Overigens zal het wellicht, vooral voor de waardeering van soortgelijk werk waarin echter de suggestieve realiteitswording slechts op de „kleine, wijze" bereikt is, zijn nut hebben hier op te merken, dat van het volmaakt slagen in zulk een ultra romantisch-occulte deel vrijwel het lot van een geheel werk kan afhangen. Want de situatie

— men vergeve mij het onhoffelijk beeld ! — is te vergelijken met dat psychologisch moment, waarop een temmer merkt, dat er onder zijn tijgers en leeuwen een geest van verzet en tegenstand komt gevaren : slaagt hij erin,

Nederlandsche Kunst VIII 4

Sluiten