Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar zeer beteekenisvol, in den mandoer wordt de eene helft gebeeld, in den hollandschen ingenieur Bake de andere. In de eerste het aspect van het vreemde, in het laatste de reactie op het zien en doorvoelen ervan, het botsen ermede, door zijn duidelijk-blijkend anders-geaard-zijn, van den Westerling. Eensdeels, wijl ik, zeker ten opzichte van den Gids-lezer mij niet de vrijheid mag toekennen dit prachtiggevoelvol verhaal, dat hij in dit zelfde tijdschrift heeft genoten, detailleerend te bespreken, nu dit door de uitvoeriger behandeling van sommige van onzer schrijfster overige werken, ter belichting harer kunstenaarsaard kan worden ontbeerd, anderdeels, omdat De Godin die Wacht, op hetzelfde gesplitste motief gebouwd, mij ruimer gelegenheid zal bieden, ook dit meer ingaand te behandelen, zal ik, den inhoud, gelijk ik trouwens reeds gedaan heb, als bekend veronderstellend, mij slechts veroorloven op te merken, ten eerste: hoe hier onze schrijfster trots hare zachtmoedigheid, artistiek-onbewust de wrekende kracht uitviert, die in eiken waren kunstenaar de tweelingzuster is van zijn neiging en vermogen de schoonheid zegenend omhoog te heffen. Want heeft de scheppende het liefdevol en veel begrijpend hart van een engel, zijn vaste hand voert ook immer en geducht diens vurig zwaard en niemand kent als hij de macht der „Singende Flammen". O rpheus in de Dessa is een idylle, maar het is er een, die wreed wordt verstoord door des Westerlings schuld. En wee dan ook dien al te plompen Westerlingen in dit indisch sprookjesparadijs ! Als deze schrijfster geringschat, treft haar geringschatting des te dieper, omdat men zoo klaar doorvoelt, dat zij den blijvenden haat noch den wrokkigen toorn kent. Want hoe versmelten ten slotte toorn en haat, hoe wordt alles vereend en verzoend in en daalt er eene stiL-glanzende böBUsting uit de sfeer dezer ziel, die hatend reeds lief heeft, dan, liefhebbend, de oorzaak van den haat

!) Niet" alleen beteekenisvol voor de belichting van zekere klaarblijkelijk inhaerent aan den inlander zijnde eigenschappen, maar ook voor de oompositie van het verhaal: dat voorvalletje met den maohine-saboteerenden mandoer maakt het latere ruwe optreden van Bake tegen den karbouwen-dief begrijpelijk en waarschijnlijk.

Sluiten