Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INA BOUDIER-BAKKER1)

Paradoxaal moge het klinken, waarheid is 't mettemui, dat zoodra men de individueele oorzaak inziet, die onze thans toch zoo sterke kunstenares zóó zeer Ontvankelijk maakte voor die aan ons volk eigen neiging tot het ondergaan van vreemden invloed, men tevens inziet hoezeer een geboren schepper zij is ! Want deze oorzaak blijkt dan voornamelijk geen andere dan dat de scheppingsdrang en het scheppend vermogen zich in haar openbaarden, voor de stol voor zekere soorten van scheppingen in haar geest aanwezig was of zich althans gegroepeerd en ontwikkeld had. Men merkt deze omstandigheid 't eerst, wanneer men het kunstmatiggeconstrueerde. het gezocht-bedachte, het onwaarschijnlijke en toevallige in sommige deelen van haar eerste werk ziet en in andere deelen van datzelfde eerste werk volstrekt mist. De a a nwezigheid van den scheppingsdrang, de a t wezigheid der stof, ziedaar dan de oorzaken, zoo begrijpt men, van : de onwaarschijnlijkheden en toevalligheden in haar werk : de niet aanwezige stof vervangt zij door bedenksels, en, zoo goed en zoo kwaad 't gaat, maakt zij allerlei voor allerlei pasklaar en nu zij geen tooneelen van vernoodwendigd gebeuren ziet openstralen uit haar onbewustheid, construeert zij zulke tooneelen bewust en kunstmatig, bijstelt zich dan, dunkt mij een zeker probleem : gegeven zus en zoo

!) Men zie het Voorwoord.

Sluiten