Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en niet slechts de geestelijke, de oorzaken van het verderf zouden zijn geweest. —

Onwaarschijnlijk in het gebeurensverloop is het spel, omdat niet noodwendig uit de geaardheid der personen en van den toestand volgt, dat Dolf voortaan het verblijf te midden zijner familie onmogelijk zal worden gemaakt. Integendeel: karakter en temperament van den evenwichtigen, inzichtsvollen en verstandigen broer Herman geven de sterkste aanleiding van deze te verwachten, dat hij zijn maar aldoor achterdochtigen vader zal duidelijk maken, dat hij moet ophouden, Dolf zoo te wantrouwen en, vooral, deze dat wantrouwen te laten merken. De schrijfster heeft dit waarschijnlijk zelve wel gevoeld : zij heeft daarom dan vader ziekelijk gemaakt, iemand van wien de dokter gezegd heeft, dat men hem sparen moet en niet mag opwinden. Maar — men mag nog zoo handig kunstmatig-construeeren, zóó zelfs dat die constructie precies een steenen muur gelijkt, in waarheid is en blijft zij een tooneeldecor en met één duwtje ligt ze omver : indien immers Herman met het onvermijdelijk aan zijne persoonlijkheid1verbonden verstand had nagedacht, dan zou hij aldus hebben redeneerd : Als iets Vader ziek maakt, dan is het dat wantrouwen en niet alleen dat 't hem ziek maakt, maar, zooals Moeder terecht meent, zal hij er den jongen zoo het leven door verbitteren, dat die 't hier in huis onmogelijk langer zal kunnen harden .... en ja, als dat gebeurt, dan zal dat den ouden man pas goed de genadeslag geven, want we hébben dat toch al gezien : hoe heeft

't hem niet geknakt, toen Dolf in Amerika was Koni»

dat moet ik Vader 'ns allemaal zeggen en ik zal 'm erbij uitleggen, dat-ie toch nou waarachtig niet bang hoeft te zijn,

dat de jongen weer zoo iets uithaalt want nu heeft-ie

niet alleen leergeld betaald, maar daarginder stond-ie alleen : 'n wilde, onverstandige rakker, zonder steun of raad van menschen, die hij liefhad en vertrouwde, en hier heeft-ie niet alleen ons allen, maar ook z'n meisje waar-ie dol op is .... Hij kan eenvoudig, met zijn liefde en in haar dagelijksche nabijheid, niet aan uitspattingen denken, die hem weer .... Welnou dan ...." — Zóó zou Herman, meen ik, hebben geredeneerd en dan zou-ie naar zijn vader gegaan

Sluiten