Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinige dat ik er reeds over heb geschreven, maar wel moge 't mij vergund zijn, zij 't vluchtig, de vraag te behandelen, in hoeverre deze kunst van eene van de grootste kinderpsychologen die wij bezitten het werkelijk verdient kleine kunst te worden genoemd, zooals ik het wel eens hoorde en las, èn in welke omstandigheid de vermoedelijke oorzaak dezer klaarblijkelijk-oppervlakkige meeningen is te zoeken. — Allereerst dan is 't waarschijnlijk, dat de letterkundig-ontwikkelde van dezen tijd, die met kunstwerken van kinderpsychologischen aard, als deze van Mevrouw Boudier, kennis maakt, onmiddellijk denkt aan de A d r i a a n -prozagedichten van Van Deyssel en aan van Looy's verhalen van J a a p j e, en niet minder waarschijnlijk' is het voorts, dat hij, gehoorzamend aan zijne gevoel sindrukken, zonder dier juistheid te onderzoeken, het werk onzer schrijfster, met dat van deze beide vergeleken, klein noemt. Maar als hij de juistheid dier indrukken eens wel hadde onderzocht, zou hij dan niet, althans wat van Deyssel's werk betreft, tot de slotsom zijn gekomen, dat wat hij voor de uitwerking der betrokken kunstenaarsvermogens alleen hield, ten deele veroorzaakt werd door het wereld-wijd verschil der sferen waarin onderscheidenlijk beider beeldingen bestaan ? Mij dunkt van wel, want moet ik erkennen, dat ik nog nimmer zóó het gevoel had gehad van in het allerintiemste leven van het beschrevene te zijn opgenomen als toen ik van Deyssel's A d r i a a n las ; van nog nooit zóó dicht-genaderd, hèt heilig-innerlijkste, het als onaardsch-statige te hebben aanschouwd als daar — even spontaan, even sterk voelde ik óók: er is hier een vrede, een innigheid, een majesteitelijkheid bereikt, die niet van deze wereld zijn. En wat kon het anders wezen, dat mij dit laatste deed voelen, dan de omstandigheid, dat in dit kind-leven de wolkenjachten van het gebeuren, van de handeling, nagenoeg niet bestaan, dat de zon van het zieleleven niet door hen heen bloost, maar licht-naakt staat als aan een onaardsch firmament, den hemel van een leven, gelijk zoovelen van de besten onzer zich dat voorstellen te bestaan na het sterven : het leven van den droomer voor wien de sfeer der handeling niet meer bestaat, maar in wien tot hooger

Sluiten