Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het lenig-strakke der grootheid in haar werk gemist. Wij zien niet alles als in van Looy's J a a p j e üit den kindergeest en dezen zelf door en in de hoedanigheid van zijn eigen zien, dat is dus uit en in de sfeer van het naïeve, het ongerept-natuurlijke en alzoo aanminnige en groote ; maar wij aanschouwen soms het kind uit den geest der hem omringenden of der schrijfster, dat is uit en in de sfeer van de volwassen-menschelijke liefde, medelijden, gemoedelijkheid, enz. De oorzaak van het tweede is echter het verreweg meer als „intrige" — men verontschuldige dit hier veel te zware woord — gecomponeerd zijn van het gegeven, dan bij onzen grooten schilder-schrijver het geval is. Want alle „intrige", alle verwikkeling in een verhaal van kinderlijk leven, moet noodwendig in ons groote-menschen-bewustzijn den indruk van iets kleins, iets „kinderachtigs" wekken — het tegenovergestelde van wat dedrijfveeren der verwikkeling doen: de hartstochten en gedachten, die, spontaner en meer ongecontroleerd, zelfs heftiger en machtiger werken dan in ons en ons dus integendeel een impressie van grootheid geven — en het is deze indruk die voor sommige onnadenkenden het geheele werk klein doet schijnen. Maar dan en ten slotte .... een werk klein te noemen om wat niet anders hoogstwaarschijnlijk tot oorzaak heeft dan een al te gewillig gebruik maken van eigen veelheid van indrukken, veelzijdigheid van voorstellings-vermogen en jeugdiger scheppingsdrang ! . . . . maar een kunst klein te noemen omdat zij de mindere blijkt van die van Meester Jacobus van Looy 1 . . . . Waarlijk, noem dan maar groote beeldende psychologen als bijvoorbeeld een Couperus of een Emants klein omdat er een ontzaglijk beeldend en psychologisch epicus als Balzac heeft geleefd ....

III

Niets toont in hooger mate de aanwezigheid van onzer schrijfster sterke doorvoelingsmacht aan, niets zoozeer de waarachtige grootheid van haar scheppend vermogen, ten eersten tijde reeds dat zij niet meer behoefde kunstmatig te construeeren omdat het haar niet langer aan zich van zelf uit het onbewuste ontplooiende en groepeerende stof ontbrak,

Sluiten