Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder de zuivre zon .... In al dat geurende en blinkende, daar zal zij straks haar kind in kleeden, en, zijt ge geen blinde dwaas, zoo zult ge dan wel raden bij het zien van 'r een beetje hardhandige doen, wat liefde haar tintelt in de vingertoppen, en hoe achter haar 'n tikje norsch gezicht de aandachtig-zorgelijke en toch leutige, ja zelfs weekhartige, teerheid deint en deint, tot éven en plots — let op ! — zij door de oogen strddlt en ge haar ziét.

Met de wisselende stemmingen dier moederliefde verandert ook telkenmale de a a r d van het verhaal. Waar zij is hetgeen ik noemde ,,een lustig-blije teederheid, die niet aflaat haaf kind te versieren", daar wordt het verhaal fijn- en sterk-p 1 a s t i s c h, en men weet dan nauwelijks wat men meer bewonderen moet: de kleurrijkheid, de bevalligheid van het voorgestelde-zelf, of wel het dan soms zéér verfijnde kunstenaars-onbewuste, dat 't dit heel kwetsbare mogelijk maakte zoo zonder éénige deernis uit te treden. De schrijfster heeft dan vooral oog voor de uiterlijkheid van het kind, het innerlijk blijkt u in en door het uiterlijk. Geheel anders echter wordt de aard van het verhaal, zoo de moederlijkheid is „de smartvolle, de wetende1 moederlijkheid, in den angstigen blik der wijd-open oogen overstarend het leven van haar kind". Dan worden i n 't zorgelijk tobben de lieflijkheid aller jong-lichamelijke bevalligheden en kleurige versierselen vergeten. Het verhaal wordt dan streng-, soms naakt-psychologisch. En evenwel wordt de weldoende eenheid daardoor allerminst geschaad, want die verandering blijkt ons dan niets anders dan de fijn-klare afspiegeling te zijn van de s t e m m i n gwisseling in het grondsentiment, waarin het geheele werk als in een warm 't leven dekkende atmosfeer staat gedrenkt en harmonisch saamgewdlkt, saamgelicht. En dus is het juist soms die oppervlakkige gebrokenheid, welke, contrasteerend met de dieper-liggende eenheid, ons dié telkenmale des te sterker doet voelen. Van deze beide stemmingsstaten der moederlijkheid, en dientengevolge de wijziging in den aard der kunstenaars-visie op Catherine, vindt gij, wat de blijde moederlijkheid betreft, voorbeelden op blz. 24-30 en 32-33.

Sluiten