Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g i s s e u r hier was het afgebeelde leven-zelf, dat zich doorheen den auteursgeest tot een b ij z o n d e r-e v e nwichtig leven, tot een daardoor schoone voorstelling heeft gestyleerd.

En evenwel zijn deze styleeringen slechts van zuiverzinnehjke natuur. „Het schijn-theatrale dat stijl is". Wijst de in deze woorden veronderstelde gelijkenis tusschen de twee, èn het feit dat deze stijl zich slechts in voorste 111 n g e n kenbaar maakt, niet op zijn puur-zinnelijken aard ? En veroorzaakt deze omstandigheid niet reeds een vermoeden, dat beide hun oorsprong vinden in een en dezelfde menschelijke sentimentengroep ? En inderdaad : de primitieve volken, te midden van eene hen aandreigende in geen enkel opzicht door hen gekende en beheerschte natuur; die zich, in zwakte en machteloosheid, van duizend onbegrepenheden de weerlooze speelbal voelden, zij stichtten geen anderen dan dezen zinnelijken stijl, het leven styleerde zich niet anders door hen, toen zij zich ter beveiliging Goden schiepen — „plaatsvervangende helden" hünner machteloosheid — die de woeste, wettenlooze wereld wat ordelijker, wat evenwichtiger zouden maken. Onze zin voor stijl is geen andere dan die voor orde. En in deze onze begeerte, orde in de natuur te herkennen, verhullen zich onze angst en ons verlangen naar steun voor onze zóó kleine macht, dat zij op machtelóósheid lijkt. Zoo voelt men wel de zinnelijke styleering niet minder dan èn het theatrale èn de romantiek in datzelfde onvolgroeide van onzen geest te wortelen.

Maar er is nog een andere stijl ! Er is een andere styleering van het leven in den menschelijken geest denkbaar, dan eene wier oorsprong in het hulpeloos-zich-Voelen tegenover natuur en wereld ligt. Zij, die integendeel uit het zich-meester-weten van die beide ontspringt; zij, die geen m e n s ch e 1 ij k - ge b r ekk ig e orde in den Cosmos fantaseerend -schépt, maar zijne Goddelijke Orde met haar begrip doordringt en hèrschept; die dan ook het adelmerk van de hooge rust der vergeestelijktheid draagt op het voorhoofd. Is van die kleine kunstenaars, die het niet verder brengen dan tot het — uitteraard incidenteel — voortbrengen van 't eerstbesproken

Sluiten