Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen persoonlijkheid bestaan, of wel wetend — juist zij ! — dat er meer in haar verborgen ligt dan zij kent, gaat zij gestadig om door hare zielsruimten, staat speurend voor de gesloten deuren, altijd zoekend, wanneer het felle leven haar éven rusten laat, naar haar eigendom, dat haar bezit nog niet is. En zoo laag is er geen mensch, of hij tast naar iets buiten zijn hem bekende zelf; hij heeft iets liever dan dat zelf, zij het de platste overgegevenheid aan de objecten eener lage hartstocht : in hem ligt de hem onbewuste, maar haar invloed opdringende kennis, dat hij geboren is om rusteloos te zoeken en te streven, slechts weet hij nog niet naar wat .... Het jonge meisje, dat in onbewust verlangen naar het hoogere : het kind, de beesten woesthartstochtelijk vertroetelt, zou het schoone symbool zulker niet-schoone persoonlijkheden kunnen zijn. En daartusschen, tusschen de hoogsten en laagsten, de tallooze graden, de myriaden schakeeringen .... O, wel is dié slechts de gróóte en innig-wijze psychologie, welke in die tusschenwereld fijnhandig de draden der goddelijke weefsels op te lichten vermag en het weef plan laat zien : wat voor Godsverbeel. ding daarin is gedroomd en eens bij het dreunen der getouwen en onder het als onbeheerd en doelloos heen en weer schieten der spoelen zich heerlijk in ieder weefsel verwerkelijken zal.... —

Zie nu dat héél kleine mensch je, een van de tusschenwereld, dat Kommieske. Hoe arm en grof lijkt het weefsel van dat leven en toch, hoe fijn blijken de draden ervan dooreengespeeld, nu de psychologie het ons, verklarend, toont. Dit mannetje met zijn duizend pogingen, iets, zij het heel klein, bijzonders te zijn, en zijn evenvele mislukkingen— wat is de schoone Godsdroom, die in zijn leven naar verwezenlijking zou streven ? Is er een kiem van hóógere menschelijkheid, een wijsheids kiem ook in deze ? Het is de subtiele kunst en daarmede de groote verdienste onzer kunstenares geweest, dat zij ons beide heeft getoond, als in hun schil van geringheid gelaten. Het is als een vrucht voor het licht gehouden : door het doorschijnend geworden vleesch ziet ge de pit, den toekomstigen boom .... — Geerlen, ons kommieske, is dien avond in wat men de volle kinderachtigheid van zijn heel kleine

Sluiten