Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeten wasschen. Het is deze laatste vergeestelijking, die ook nóóit der dingen rhythme in haar greep versmoort, waarom zou zij dat doen, de welgelukzalige Meesteres, die zich-zelf het rhythme der rhythmen weet ? Zij is den edelen, in wantrouwen noch lijfsgevaar levenden heerscher gelijk, zij laat hare onderdanen hun eigen blije, voilé leven leiden, en tóch is haar land vervuld van de zachte beheersching harer majesteit .... — In alles, wat waarlijk waard is literatuur te worden genoemd, lééft óf de streving der zinnen naar het kennen, naar het licht der vergeestelijksheid — dezer lagere literatuur beschouwt een bloem, een dier, een mensch, en streeft naar God-het-Innerlijk in hen — óf er leeft in : een zien van uit de sfeer der vergeestelijktheid naar de wereld der zinnen : deze hoogere literatuur ziet God en vindt hem als Innerlijk in een bloem, een dier, een mensch, terug. — Sprotjeis van uit een zekeren staat dézer vergeestelijking geschreven. Het bijzondere in dit werk ziet men voortkomen uit het algemeene : hier is de hoogere en meer-g e e st e 1 i j k e verwerkelijking van de deductieve tendenzen van Margo Scharten's wezen, die, gelijk ik in 't begin dezer studie aanduidde, in Catherine, in verband met volgende werken, hunne meer-m aterieele verwezenlijking vonden. —

Het is merkwaardig te zien, hoe in alles in dit werk de vergeestelijking voelbaar is. Allereerst: er is niets o vertolligs. Natuurlijk : van uit het bindende en volmaakt-eenende algemeene gezien, kan er in het bijzondere niets overtolligs bestaan, zooals daarentegen de visiezelf van den geest, die in de sfeer van het versplinterde bijzondere leeft, noodzakelijk een suggestie van overtolligheid hier en daar in zijn schepping moet brengen. Deze eigenschap van niets overbodigs in zich hebben, van zuiver-een en afgerond te zijn, toont zich den lezer reeds zoo sterk van de eerste bladzijden af, dat als hij in 't begin van het eerste deel die passage leest van den naderenden kinderwagen, hij, vóór hij tot de ontdekking komt, dien kinderwagen door Sprotje' s geest heen te zien, en dus meteen iets van haèr innerlijkheid te aanschouwen, zelfs dit beel-

Sluiten