Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gelooven — de dingen en wezens dus als o p e nbaarders maar ook als loochenaars van het Algemeene en wéét het tevens zijn streven erop gericht, die wezens en dingen te dwingen allengskens méér openbaarder en minder loochenaar te worden. En noodwendig voelt het dus tevens het openbarende element in het wezen of ding zijn helper en bondgenoot, het loochenende element erin zijn vijand en bestrijder te zijn, en in dien zin is hem elk wezen of ding een — Tromp, die hem de wapens levert, óm door hem te worden bestreden ! Zoo is dus gemeenlijk, kan men zeggen, de relatie tusschen het hooger-ontwikkelde menschelijk bewustzijn en de hem omringende dingen en wezens. Gemeenlijk : want er zijn uitzonderingen. Het schijnt namelijk ons bewustzijn toe, dat er oqk wezens en dingen bestaan, die, allerminst Trompachtig van natuur, geenszins het helpen in zijn strijd en integendeel erin volharden loochenaar van het Algemeene te zijn en te blijven en volstrekt géén openbaarder te zijn. En tot déze nu behoort de curiositeit. Zooals de theologie Satan èn dé menschen als kinderen Gods kent, maar de laatsten als strevend naar Hem en den eerste als afvallig van en zich verzettend tegen Hem, zóó ongeveer kent het hooger ontwikkeld bewustzijn alle dingen en wezens, en dus ook de curiositeit, als kinderen van het Algemeene, maar de curiositeit als het zijn Vader meest-vijandige kind. Van alle wezens en dingen kan het bewustzijn, in aanmerking genomen hun door hem als dualistisch gevoeld karakter, meenen, dat zij zelve ten deele ernaar streven als het Algemeene te worden doorvoeld, maar de curiositeitals-zoodanig schijnt zulk een dualistisch karakter te missen en zijn eenig streven lijkt het meest verbijzonderde, o p-z i c hzelf-staande ding te zijn : de curiositeit-als-zoodanig wil zeldzaam wezen of zij wil niet zijn, maar zoo zij een unicum mag heeten, dan pas is haar hoogste glorie bereikt! Waar er nu, mogen wij zeggen, geen bewustzijn bestaat, dat zóó naar het kennen van het Algemeene ïn het bijzondere streeft als het kunstenaars -bewustzijn, waar kunst de doorlichting van het bijzondere tot op het merg van het Algemeene is, of zij is geen kunst, daar kunnen wij

Sluiten