Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar het hier op het oogenblik om gaat — door zijn oorspronkelijk répertoire. In dat opzicht was OostenrijkHongarije belangrijker.

Wat Duitschland als typisch product-van eigen mentaliteit voortbracht, heeft bovendien uiterst zelden ten onzent voldaan. Schönherr's ,Glaube und Heimat' is in dezen een typisch voorbeeld. Het stuk was in alle Duitsche landen een ongekend succes ; en daarom — het was nog juist vóór de aansluiting van Nederland bij de Berner Conventie — wedijverden twee gezelschappen, Het Tooneel en Het Nederlandsch Tooneel, wie den ander met een opvoering ten onzent vóór zou zijn. En echter, het boeren-stuk, vol patriotisme en ons volk — of liever : ons schouwburgpubliek — verouderd voorkomenden strijdlust-voor-hetgeloof, werd voor beide gezelschappen een échec. Het — dan ook veel meer algemeen-menschelijk gedachte — volgende stuk van Schönherr, ,Der Weibsteufel' daarentegen werd een glorieuze overwinning. Het is trouwens merkwaardig, van welk een vooruitgang Schönherr in dit laatste werk, ten opzichte van het vorige, blijk gaf. Hier alles geserreerd; eenvoudige, scherpe karakterteekening, sobere intrigue, saamgetrokken op drie personnages. Hetgeen evenwel natuurlijk den eisch meebracht, dat deze personnages door eerste-rangs krachten zouden worden vertoond. Nu, dat is gebeurd ; het waren Magda Janssen, Royaards en Ko van Dijk.

Alweer : we willen geenszins pogen een volledige opsomming te geven van het uit het Duitsch vertaalde deel van ons répertoire. Dat Fulda's onbeduidende navolging van de ,Menaechmi' (,De Tweeling-zusters') ook in iqio nog door Het Nederlandsch Tooneel werd opgevoerd — in hetzelfde jaar kwam ook Agnes Sorma het bij ons spelen —; dat Max Dreyer's ,Siebzehnjahrigen', een stuk, niet zoo

Sluiten