Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mevrouw Simons-Mees, die zich in haar laatste werk met de religieuze strooming onzes tijds bezig hield, zich nog wel eens geroepen ons te laten zien, hoe puritanisme en genotzucht één bevredigende rezultante kunnen opleveren ; die reikt in de sferen boven genot, boven geluk zelfs ; die der ondeerbare zaligheid.

Het is niet alleen bij hare uitbeelding van kunstenaarsnaturen, dat mevrouw Simons-Mees wat heel simplistisch te werk gaat. In haar verlangen om ons dadelijk precies te doen begrijpen, precies, goed, stevig, secuur te doen begrijpen, wat voor personnages we voorhebben, en hoe we ze moeten zien, legt zij het er niet zelden — speciaal dan in de eerste acte — te „dik" op. — Zoo zijn de gezegden van de „aesthetische" vrouwelijke hoofdpersoon tot haar moeder, in de eerste acte van ,Kasbloem', bijna caricaturaal, maar meer: pijnlijk-grof; de vader van de Kasbloem is van een eveneens, door overmaat van „duidelijkheid", bijna caricaturale gemoedelijkheid. Het eerste bedrijf van Levensstroomingen vind ik bijna niet om aan te hooren van nadrukkelijke schoolmeesterachtigheid — allemaal om der duidelijkheid wille —, terwijl het stuk dan inderdaad in verwonderlijke mate — vooral verwonderlijk na dit begin ! — fijner wordt. Andere gevolgen van die overdreven en, mij althans, door hun onderschatting van 't publiek irriteerende — zorg voor duidelijkheid zijn de lange gesprekken ; „laten we ons nu eens uitspreken", zegt één van de personnages; en dan, — o schouwburgbezoeker, wien 'tniet behaagt uitvoerig bij uw „uitgaan" te worden opgevoed, berg u dan ! Want een gelijkmatige, druilige regen van verhelderend inzicht staat over u uitgestort te worden.

Ik zou nog kunnen spreken over enkele ondanks al deze zorgen — althans op mij — niet den verlangden indruk

Sluiten