Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven. Het is merkwaardig voor den aard van de ontwikkeling van ons tooneel, dat i°. de beteekenis gehecht aan het leiden der voorstelling in de laatste kwarteeuw belangrijk is toegenomen ; 2°. dat men voor de bevoegdheid om die leiding te geven in den laatsten tijd niet per se een groot speeltalent bij den leider noodig acht. Als we nu eens nagaan welke figuren in het tooneelleven van de laatste kwarteeuw naar voren treden als leiders, dan noem ik Jan C. de Vos, Chrispijn Sr., Ternooij Apel, Adr. van der Horst, Willem Royaards, Eduard Verkade. De volgorde van deze namen is de historische volgorde. Om deze nader toe te lichten, zullen we eerst even een terugblik moeten werpen.

* *

Róssing heeft in het belangwekkende gedenkboek ,Eene Halve Eeuw ; 1848—1898'*) ons een denkbeeld gegeven van den jammerlijken toestand, waarin het tooneel in de midden-decenniën der 19de eeuw verkeerde ; hoe het, al hebben in dien tijd ook de goede speelkrachten niet ontbroken, vrijwel alle aanraking met het hooger geestelijk leven, met den ideeënstroom van den tijd, met de litteratuur, — en zeker allermeest met de beeldende kunst — had verloren. Eén van de eerste pogingen om hierin verbetering te brengen, was de stichting der ,Tooneelvereeniging'1), in 1887, een vereeniging van jonge menschen, belang stel-

') Historisch Gedenkboek, uitgegeven door ,Het Nieuws van den Dag' bij de inhuldiging van Koningin Wilhelmina (Amsterdam — J. L. Bevers & J. Funke — 1898) II, 343—392.

*) Niet te verwarren met de tooneelgezelschappen N.V. .Nederlandsche Tooneelvereeniging' (opgericht in 1893) en N.V. .Tooneelvereeniging' (opgericht in 1915).

Sluiten