Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vos' hart ging uit naar het moderne, het in die jaren allermodernste : het naturalisme. Dat had zijn liefde ; en dat was — dienovereenkomstig — zijn kracht. Zoo gaf hij, voor dien tijd ongemeen zorgvol voorbereide, voorstellingen van Sudermann's Heimat, waarin hij overste Schwartze speelde; in Giocosa's ,Droeve Min' (,Tristi amori'), vertaald door Mr. J. Kalff, speelde hij Giulio1). — Maar hij deed ook veel — en in dit opzicht was hij één der eersten —ter aanmoediging van de vaderlandsche tooneellitteratuur. Zoo heeft hij Van Nouhuys' eerste werk, ,Eerloos' ten doop gehouden. De Vos speelde den ontvanger Halma; L. H. Chrispijn (Sr.) den huzarenluitenant Karei Halma ; een rol die één van zijn bekende creaties is gebleven. Het was dan een succes, dit stuk, dat een eigenaardig specimen is van den overgangstijd, van de liberalistische sociaalpsychologische kunstsoort, die, na den korten bloei der romantiek ten onzent, opkomt. En geen wonder ook, dat toen Van Nouhuys het volgend jaar met zijn ,Goudvischje' kwam — banaler van vizie, maar meer voor het groote schouwburgpubliek geschikt — de Vos ook dit speelde ; en hij voerde het weder ten triomf. Ook Van Nouhuys' beste tooneelstuk, ,In Kleinen Kring' heeft hij opgevoerd, Couperus' .Noodlot', ,Lotos' van mevrouw Snijder van Wissenkerke — enzoovoort.

De Vos had dan als tooneeldirecteur deze beteekenis, dat hij het tooneel, in meerdere mate dan waarin dit de kwarteeuw vóór hem het geval was geweest, tot vertolker maakte van het geestelijk leven van zijn tijd en van zijn volk. Dat geestelijk leven was toen sterk naturalistisch „angehaucht", in aansluiting aan de Fransche kunst van

•) Een rol die hem blijkbaar lief was: hij heeft er in Maart 1902 zijn 25-jarig jubileum mee gevierd.

Sluiten