Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de oprichting van het gezelschap nog maar 22-jarige Adriaan van der Horst, die in 1886 de Tooneelschool had verlaten en het volgend jaar bij de Nieuwe Rötterdamsche Schouwburg Maatschappij was geëngageerd, waar hij onder Chrispijn-als-regisseur had gespeeld. Deze drie vormden nu, met Henri van Kuyk, den kern van de in 1893 te Amsterdam opgerichte .Nederlandsche Tooneel-Vereeniging' ; waarvan aanvankelijk Chrispijn directeur was. In November werd Ternooy Apel sociétaire ; na den dood van Henri van Kuyk nam hij diens plaats in als regisseur. Van der Horst werd in December 1893 secretaris en administrateur; van 1 Mei 1896 tot den zomer van 1911 was hij directeur-voorzitter, toen volgde Ternooy Apel hem als zóódanig op. Deze data- en functiesvermeldingen om toe te lichten, dat we. . inderdaad de genoemden wel als de leidende krachten mogen beschouwen van die prachtige artistieke onderneming, die de Nederlandsche Tooneelvereeniging in ons land is geweest.

Zóó toch mogen we haar wel qualificeeren. Ze heeft op ï schitterende wijze de verwezenlijking voortgezet van de idealen die den inititiatiefnemers van de Nora- en Précieusesvoorstellingen in den Salon des Variétés (in 1888) voor oogen stonden ; en tot welker vervulling ook Jan C. de Vos het zijne — zij het dan speciaal in het zijn persoonlijkheid passende genre — te Rotterdam heeft gedaan. Het beste te geven, van klassieken en modernen, dat ideaal heeft bij de Nederlandsche Tooneelvereeniging in de twintig jaar van haar bestaan steeds voorgezeten ; aan dat ideaal is ze nooit ontrouw geworden ; al heeft men dan dat artistiek belangrijke werk, om den broode, afgewisseld met één of ander stuk dat de minderwaardige tooneelverwachtingen van de massa bevredigde. Dat men hiertoe niet veel méér zijn toevlucht heeft behoeven te nemen, en dat men zóó veel goeds kon brengen, dat is

Sluiten