Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beloofde Land'), Multatuli (.Vorstenschool') — als we dit nog bij de „moderne" kunst mogen rekenen ! — Mynssen (,Uit eigen wil'), Jacqueline Reyneke van Stuwe (,Zonde'), Rafaël Verhulst (,Semini's Kinderen'). Van de buitenlanders sieren de lijst o.a. Shakespeare (Driekoningenavond), Molière (,De Burger Edelman' en ,De ingebeelde Zieke'), Hebbel (,Maria Magdalena'), Ibsen (,Rosmersholm', ,Een vijand van het volk'), Björnson (,Boven menschelijke kracht I en II'), Hauptmann (.Eenzamen, Hannele's Hemelvaart') Halbe (Jeugd') Bernstein (,Langs een Omweg').

Dit moge volstaan om den lof te motiveeren, die dit gezelschap voor zijn repertoire is gebracht. Maar dat het repertoire goed is, is niet voldoende om goede tooneelvoorstellingen tot stand te brengen. Al is het natuurlijk, uit een oogpunt van cultuur, verreweg de hoofdzaak, en al gaat er van bezield en bezielend werk een kracht uit, die steeds de uitvoering in belangrijke mate ten goede komt. Maar van de voorstellingen van de ,Nederlandsche Tooneelvereeniging' behoeft men de beteekenis niet alléén in het repertoire te zoeken. Ze trokken van den aanvang af de aandacht door hare zorgvuldigheid en toewijding. Was „de oude" Chrispijn reeds toen een technisch bijzonder knap vakman, Ternooy Apèl, afkomstig uit een milieu van hooge geestelijke ontwikkeling, was een man vol letterkundige belangstelling ; Adriaan van der Horst, iemand die aan grooten studielust — hij bezit een bijzonder mooie bibliotheek op tooneelgebied — een zeldzame nauwgezetheid paarde. Hij was en is in de tooneelwereld d e man, op wiens woord men vertrouwen kan; én de man, wiens woord gezag heeft in kunstzaken, zoowel wat het litteraire als het uitvoerende deel van de tooneelkunst betreft. En hij was ook de belangelooze voorthelper van jonge krachten. Het klinkt altijd ietwat bedenkelijk, wanneer men zooveel nadruk legt op

Sluiten