Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werking worden bereikt — de stemming mee-vertolken, waarin de regisseur een bepaalde scène, in verband met het geheel van het stuk, heeft opgevat; Heinz Herald heeft hiervan, in zijn boek over Max Reinhardt, goede voorbeelden aangehaald. Royaards nu heeft, naar men weet, een zeldzaam geluk gehad in dezen : hij heeft aan zijn onderneming voor de decors en costumeering een paar kunstenaars van groote beteekenis kunnen verbinden : Frits Lensvelt en Nel Lensvelt-Bronger. En ik wijs, om iets te noemen, op de eerste tooneelen van Driekoningenavond, als een bijzonder geslaagd voorbeeld van stemmingvolle ensceneering : eerst die indruk van wijdheid en licht, die den toeschouwer dadelijk onder zoodanigen indruk brengt, als de heerschende vöor den avond moet zijn ; — dan dat mistig strand-tooneeltje, dat de stemming van ontredderd 'aan wal raken zoo overhuiverend weergeeft.

Geenszins echter wensch ik de décors als „het belangrijke" van Royaards' voorstellingen te noemen. Men heeft het ten onrechte vaak zoo voorgesteld ; misleid door het opvallende feit dat deze tooneelleider een in dezen bestaande achterlijkheid op zoo schitterende wijze bijwerkte, — en in dezen grooten invloed oefende op de andere gezelschappen. Zoo ver ging die begripsverwarring, dat velen de begrippen „regie" en „aankleeding" een tijdlang als identiek hebben beschouwd, een opvatting, waartoe de beteekenis, waarin het woord „régisseur" gewoonlijk in Frankrijk wordt gebruikt, mag hebben bijgedragen. Neen, Royaards is wel in den volsten zin van het woord de „spelleider", de onvermoeide regelaar der door hem gegeven opvoeringen geweest; die vooral niet minder aandacht hééft gewijd aan het levend dan aan het dood materiaal. Om een enkel typisch voorbeeld voor zijn leiding in dezen te stellen naast dat hetwelk ik zooeven gaf betreffende de onder zijn leiding tot stand ge-

Sluiten