Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— onze jongste tooneeldirecteur ; dat is te zeggen : directeur dan van een Indische tournee. En tevens is hij éen van de jongste van de tooneelspelers, over wie we meenen hier iets te moeten zeggen. Hij is namelijk éen van onze beste komieken. Hij meent, dat hij ook veel — en méér

— in het tragische genre zou kunnen presteeren ; een meening, die tot-nog-toe in de practijk ook zijner slechts dramatische rollen zeer weinig steun vindt, maar die we, als we eraan denken, dat Molière toen hij jong was hetzelfde meende, toch bijna met eerbied aanhooren. Meer echter verwachten we van hem, als hij zijn lievelingsdroom, den Shylock te spelen, eens verwezenlijken kan ; Shylock is een blijspelrol ; wat voor de 17de eeuw, die wreeder en harder lachte dan onze tijd, nog niet beduidt, dat die figuur ons enkel en voortdurend „blij" behoeft aan te doen. We gelooven dat Ruys de man zou zijn om de nuance te geven, welke, iets minder doorloopend-melodramatisch dan die van Bouwmeester, ons meer historisch juist zou kunnen voorkomen. Of de rol dan het publiek evenveel zou „doen", is een andere quaestie.

Dat is dan Ruys' ideaal, en dat vooropstellend geven we zeker niet het kleinste noch het minste element van zijn persoonlijkheid. Het is echter zaak, ook nog even te spreken over hetgeen hij tot stand bracht ; met een enkel woord slechts, — want hij staat nog aan het begin van zijn loopbaan, en dat begin geeft zeker de verwachting van veel goeds, maar nog niet de vervulling. We hebben tot-nog-toe van hem genoten alleraardigste typeeringen; imitaties naar de werkelijkheid, waarin met ongemeene intuïtie het komische element is aangetikt en gechargeerd. Dat is ook het geheim van zijn ongemeen succes bij het nadoen van beroemde confraters : zijn vermogen om het typische van een' persoonlijkheid aan te voelen, gecombineerd met

Nederlandsche Kunst IX 8

Sluiten