Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat feitelijk geëischt moet worden voor de vakopleiding in een kunstbranche kan aanvangen, dan .... kon de school wel gesloten worden, bij gebrek aan leerlingen.

En daarmee zou ons tooneelleven niet gebaat zijn x). Een andere vraag, en ééne die ik, en ook als ik hem goed begrijp, de heer Verhagen, zonder aarzelen toestemmend zou willen beantwoorden —is deze : Zouhetniethoogstgewenscht zijn, op dezen primitieven onderbouw van kunst-onderwijs een bovenbouw te zetten van meer wetenschappelijk onderwijs in tooneelkunst ; dat, om waarlijk wetenschappelijk te zijn, speciaal kunsthistorisch onderwijs zal moeten wezen ? 2). Doch laten we ons bepalen tot ons onderwerp : het huidig programma.

Dit omvat de volgende leervakken :

1. Tooneelspel ;

2. Declamatie ;

3. Regie ;

4. Stemvorming, uitspraak, zang ;

5. Nederlandsche en algemeene dramatische letterkunde ;

6. Poëtica ;

7. Grieksche en Romeinsche mythologie ;

8. Fransche taal- en letterkunde ;

9. Duitsche taal- en letterkunde ;

1) De sympathieke motiveering welke de directeur der school geeft in het hierboven genoemd artikel (dat mij bij het opstellen van het volgende overzicht belangrijke diensten bewees) heeft, vrees ik, deze ééne fout, dat de begrippen „vak" en „vakschool" hier in te engen zin worden gebruikt. 'Men spreekt toch ook van een „kunstvak". De qualificatie „vak" behoeft dus niet uitsluitend op handwerkersarbeid betrekking te hebben.

*) Ik bedoel natuurlijk niet de geschiedenis van de dramatische letterkunde, maar die van de kunst van het tooneel, waarin die der teksten slechts onderdeel is.

Nederlandsche Kunst IX 9

Sluiten