Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Costuumkunde ;

11. Teekenen ;

12. Plastiek ;

13. Rhythmische gymnastiek en dansen ;

14. Schermen ;

15. Grimeeren.

De beteekenis en de noodzakelijkheid der vijf eerst genoemde leervakken, en van het tiende en vijftiende, zijn evident. Wat de „poëtica" betreft, de directeur heeft het wenschelijk geoordeeld, dat de leerlingen een meer technisch, een analytisch inzicht in het vers kregen. Men kan met hem in dezen van meening verschillen ; althans wat betreft den voorrang van dit vak ten opzichte van verschillende andere desiderata van het tooneelschoolonderwijs; men kan meenen, dat zorgvuldig begrijpend lezen — zoowel van proza als van poëzie — op zijn plaats is in het tooneelschool-onderwijs op het peil waarop dit zich bevindt ; en dat de poëtica meer eigenaardig op haar plaats zou zijn bij de vakken van 't hooger tooneelkunst-onderwijs, waarop ik zooeven doelde, en dat ook de heer Verhagen, aan het slot van zijn artikel, als een toekomstwenschelijkheid beschouwt1). Het is wellicht de classicistische neiging van den dichter van ,Marsyas' welke hem dit belang als zoo groot deed zien ; immers „stukken in verzen" maken ten onzent niet — zooals in Frankrijk — het staande répertoire uit.

Aan datzelfde classicisme mogen we wellicht de opneming

*) De heer Verhagen kondigt bij zijn bespreking van dit leervak in het hierboven genoemde artikel van ,Het Tooneel' de uitgave, door de Tooneelschool, aan, van zijn handboek voor dit vak. Ik verneem, dat dit boek inmiddels verschenen is. m

Sluiten