Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Grieksche en Romeinsche mythologie als vak van onderwijs voor een goed deel toeschrijven. Het onderwijs in de Fransche en Duitsche taal en Letterkundex) is zoowel met het oog op de wenschelijkheid, dat de leerlingen de stukken, welke ons répertoire aan die litteratuur ontleent, in het oorspronkelijk kunnen lezen, als in verband met de wenschelijkheid van een goede uitspraak der vreemde woorden, vooral in moderne Nederlandsche stukken voorkomende, noodzakelijk. Ons tegenwoordig acteursgeslacht schiet in dezen nog bedenkelijk tekort, en maakt ook daardoor in salonstukken de illuzie, dat we dames en heeren voor ons zien, moeilijker. Een ,,dame" of een ,,heer" toch met een slechte uitspraak van het Fransch, kan ik mij bezwaarlijk voorstellen.

Dat de letterkunde in de gedoceerde talen speciaal de tooneel litteratuur is, spreekt vanzelf. Voor den verlangden „bovenbouw" op de tooneelschool zou, dunkt mij, bespreking van de speeltradities daar naar voren gebracht moeten worden. Het kennen b.v. van de traditie van Molière kan niet anders dan een zekere versteviging brengen in de hoofden onzer jeugdige tooneelisten; die zekere weldadige rust, die er uitgaat van het besef, dat er weldoordachte, door geslachten na geslachten opnieuw overwogen en voorzichtiglijk gemodificeerde schoonheden in hun kunst bestaan. Vak n, teekenen, beduidt het onderwijs in een verwante, immers ook plastische, kunst, die ook practisch — b.v. bij het naschetsen van een costuum uit een schetsboek, het vastleggen van een mooie houding van een acteur op een bepaald moment, en anderszins — den tooneelist van nut kan zijn.

*) Het Engelsen hoopt de heer Verhagen zoo spoedig mogelijk hieraan toe te voegen.

Sluiten