Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezig te zijn, maar overigens kan slechts voortdurende oefening hier de gewenschte ontwikkeling brengen. Velen willen dit alles echter geheel aan het toeval overlaten, zeggende dat het uitsluitend „gevoeld" moet worden. Intusschen moet het ook gedaan worden en de lichamelijke Ongeoefendheid zal aan de gemoedsuiting veelal in den weg staan. Men weet dan „geen raad met armen en beenen". Al steunt het gebaar op de intuïtie, of is het een voortvloeisel uit den zin van het gesproken woord, het lichaam moet toch leeren, nauwkeurig te gehoorzamen en bovendien moeten stand en gebaar beantwoorden aan de eischen eener schoone plastiek. Ook kan men zich niet tevreden stellen met maar „zoowat" te doen, want de speler moet zijn gebaren onveranderlijk en op het juiste oogenblik weten uit te voeren. Hij moet zich daarom nauwkeurig rekenschap geven van ligging en houding der deelen en van het geheel van zijn lichaam en daarbij onderscheiden, hoe zijne bewegingen op een afstand „doen", en dit alles aan den lijve weten te controleeren. Dit eischt eene afzonderlijke studie, bekend onder den naam „Kino-aesthetica" (schoonheidsleer der bewegingen)".

Tot zoover de heer Knap. Zijn leervak betreft dus als het ware een oefening van het bewegingsmateriaal, het heele lichaam, zooals de lessen in stemvorming en uitspraak den aanstaanden tooneelspeler speciaal in het tot zijn recht brengen van het woord oefenen. De bedoeling der lessen is dus kort saamgevat deze: het lichaam te maken tot een willig uitdrukkingsmiddel voor den geest, dien indruk wekkende, dien men wekken wil ; op j u i s t e, en op schoone wijze. Inderdaad een belangrijke voor-oefening voor het spelen van eigenlijke scènes ; een vooroefening dan in dien zin, dat ze, als de vingeroefeningen

Sluiten