Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de groote vriendin te zijn en het te weten : öf het zoo was of niet — maar: het te weten, zekerheid te hebben, al kwelde die.

Misschien — ze was nu eenmaal wantrouwend — hadden ze thuis wat anders bedoeld

Zij, Lies, had er toch nog niks van gemerkt, troostte ze zich. Godl Hoe hoopte ze dat!

— „Lize Verschoore!" Ze schrok. Haar naam.

— „Lize! Tracht in zoo goed mogelijk Fransch het voorgelezen hoofdstuk te vertellen!"

Daar had je het.

Liesje wist er geen zier van.

O! Op een anderen tijd, zou ze wat goed opgelet hebben; had het idee: 1'Attaque du Mouhn van Zola te lezen, haar — Liesje met zekeren trots vervuld.

Omdat zij het in 't Fransch las en Ma in 't Hollandsen. Ook en dat vooral: de schrijver was zoo'n beroemde, veelbesproken man, die zoó gevaarlijk heette te schrijven. Flauw! Ma sloot alles wat Zola was — voor 'r wèg.

Maar nou! Het kon haar wat schelen; ze had 'r lak aan! De leerares maande ongeduldig:

— „Kom kind! Begin nu! Laat me niet zoo lang wachten." —

Achter haar werd voorgezegd en ze repeteerde: terwijl ze meer naar achteren schoof.

— „Les Prussiens avaient battu 1'empereur "

Weer de stem van 't meisje achter haar, maar heel

onduidelijk.

Sluiten