Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gekoejeneerd te worden, als je zoo ongelukkig was.

— „Kijk niet zoo brutaal, kind! Weet je wat..... met jouw onwilligheid heb ik niets te maken. Begrepen? Versta je? Niets. Schrijf jij maar 's netjes het tweede hoofdstuk in 't Fransch en in 't Hollandsch uit En nu jij, Marie Laan!" —

Ziezoo! Nou ontsloeg de allebedil 'r meteen van verder opletten. Uitstekend!

't Kon haar niks schelen. Zij was toch de domme, onbegrijpelijke baby; de gehoonde, de verlatene...... van

iedereen. Ja, ja! van iedereen, ook van haar — moèke.

Niemand hield van haar, zoo heelemaal van haar alleen; zelfs tante Lize, diè had iets anders noodig.

Maar éls zij 'n kindje genomen had Lies balde 'r

hand ■— dan zou zij het doodbidden; ze zou. Ja! ze

wou

Bevend van opgewondenheid keek ze rond, en opeens zakte 'r drift

Kijk nou! Niemand nam notitie van 'r.

Die juffrouw die zei maar: „Goed zoo Marietje; uitstekend, kind!"

— „Francpise et Dominique étaient dans la. la."

— „Cour" hielp de juffrouw.

—I „Le père Merlier revint: Ce n'est pas demain, que je vous mariais!"

— „Marierai" — verbeterde de juffrouw. " Liesje was er „in".

Marierai" — dat beteekende: ik zal trouwen. O! zij; ze verstond best Fransch, hoor! Uitstekend zelfs; ze was zoo onnoozel niet.

Sluiten