Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trouwen! Ja, dat leek 'r fijn! Dan hadt je iemand, die uitsluitend alleen van jou hield. Van jou alleen, en dol-veel ook. Die man deed dan alles wat je wou, en wat je mooi vondt, dat kreeg je van hem.

Maar zij, Lies, toen ze nog zoo jong was twee

jaren geleden, 'n echt kind nog, had ze zich voorgenomen geen man te nemen. Ze vond het zoo èng toen.

Gek! Nou vond ze dat zelfs niet zoo griezelig meer; ze zou nu best 'n man willen hebben — later ■—»!

Och dat trouwen......! Kun je begrijpen! Ze bleek in

alles zoo ongelukkig. Met haar moeder trof ze het niet.....

en papa — ja! papa was goed, was hef, maar bijna nooit thuis — en met tante Lize ? En de school? die onrechtvaardige juf, en die nare meiden? Geen man

natuurlijk ook.

Alles warrelde.

't Was tè veel.

Ze snikte het uit viel met haar hoofdje op de bank neer, begroef het in 'r armen; de dikke, lange vlechten bengelden ernaast, aan iederen kant een.

De vertelster verstomde.

De onderwijzeres aarzelde...... of ze naar het meisje

toe zou gaan. Het had nog wel 's zoo'n bui gehad, overdreven, zenuwachtig kind als het was.

Echt vrouwelijk, deden tranen 'r altijd pijnlijk aan: Kom! ze zou 'r maar troosten, zoo erg was Liesje's fout niet

„Lize."

't Kind — totaal van streek — schreide maar. mm „Lies, kom!"

Sluiten