Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kommen wird der Morgen, wo der Traum erwacht, Und daraus dein Bildnis mir entgegen lacht."

De zangeres zuchtte van heilige vreugd...... zijn

beeldnis

Onbewust streek ze met haar hand over haar lijf. de warme woning van het ongeboren kind.

En ze streek met een teere, streelende beweging.

Ze werd moeder — de levenwachtende.

O! Wonder 1 Terwijl ze zoo roerloos zat, was het alsof ze het leven in zich voelde groeien: het kleine, roze lijfje. Een mensch eenmaal.

Ze lachte zacht-in-gelukkig.

OI Ze had ook voor haar schatje gezongen; de klanken hadden ook de ziel van 'r kindje beroerd. Och! Dat het gevoelig voor kunst werd! Kunst gaf zoo'n troost soms.

Heimlijk sloeg ze Liesje gade, die haar gezichtje in 'r handen verborgen had.

Het meisje had nu kwellende zekerheid: ze wist.

Zooveel Duitsch kon je wel, noü! Zij, Lies, behoefde niet eens meer te vragen — dat lied was als 'n bevestigend antwoord.

De mooie, groote, altstem zoo teer en lieflijk gehouden in de haar hatelijke openbaring, raakte haar kunstgevoel niet eens.

Want ze wist.

O! Ze haatte dat kleine wurm nou al — dat leelijke, kleine mormel, dat schreeuwrig varkentje. Haten!

Ze schrok op, alsof ze het luid — gezegd had.

Sluiten