Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rv

Mevrouw Verschoore keek even vluchtig de kamer rond.

Het kind zat natuurlijk op haar lievelingsplekje — in de vensterbank achter de gordijnen — te droomen, hoorde niets, zag niets, was weer heelemaal weg. Precies haar vader!

Wat was die Nolding toch anders ~ vol hartstocht en warmte.

Heerlijke man — dacht ze — heerlijke man.

Ol Hem te hebben in haar armen, aan haar borst.

's Nachts als Verschoore naast haar lag te slapen, waakte zij, droomde zij —- met gesloten oogen. Haar handen gingen tastend, alsof ze hem bij zich had. Haar gretige mond drukte ze op haar kussen, alsof het zijn hoofd was, dat ze beroerde.

— „O! Mijn hef!" ■— fluisterde ze dan — „Mijn eigen Üef."

Haar armen strekten zich uit, om hem te omvatten. èm „O kom, kom dan toch."

Ze nestelde haar week, mollig hjf tegen hem aan. En hij mm hij drukte haar dicht tegen zijn borst; en hij

Sluiten