Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoende, zoende haar; hij drukte zijn warmen mond op

haar oogen, haar lippen, in haar hals overal overal;

hij preste haar woest aan zijn hjf; pijnigend wild; waanzinnig, maar toch heerlijk. En ze gaf zich. Ze gaf zich. Haar hoofd tegen zijn hoofd; haar hjf aan zijn hjf, met 'n razend verrukte omknelling van haar armen; een zalig wringen van haar verliefd lichaam.

Zij — ze waren in de verzengende, kokende passienacht — met hun bel.

Maar dan haalde ze benauwd adem; hoorde de

geruste ademhaling van haar man; en ze wist: dit, was slechts woest, krankzinnig gedroom, en moest het blijven.

Moest het? Waarom eigenlijk?

Ze zuchtte dan en trachtte te overleggen: hoe en wanneer. dót......

Als Verschoore 's op reis en Liesje uit de stad was, of zij ?...... als zij zelf 's quasi naar haar nicht ging, en

een paar dagen bleef logeeren. Ja ja dit was beter.

Nee, nee — haar kind, haar man streed ze toen

weer. En de menschen als diè ' t is ontdekten!

En tóch, bóven alles boven moeder, echtgenoote

en maatschappelijke dame was ze minnares; drong ze ölles weg — alles — om het bijna onbereikbare: de nacht van zinnen zaligheid die komen moest. Het kostte wat wilde.

Die komen moest.

Ook nö fantazeerde zij erover en ónder dien invloed

moest ze even Nolding aanraken; ze wou zoo graag even het intiem-innige weer tusschen hen weten: daarom kon ze de verzoeking niet weerstaan hem te lief koozen.

Sluiten