Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe kon het, bah! Zij, moeder, was toch getrouwd en daardoor was vader toch 'r eigen man — en het kan niet anders — maar daar moest je toch het meest van houden ■— van je eigen man.

Zooals die koppige tante Lize het eens zoo wonderprachtig uitlegde.

En hiernaast zat vader — en terwijl ze bij hem behoorde, moest ze hier zitten om te waken.

J° maar waarom eigenlijk waken? Ze dorst toch

haar stem niet te verheffen; iets te zeggen, waardoor zij konden merken, dat ze afloerde.

Kijk nou! Afloeren het woord deed 'r zeer.

Giftig werd ze.

— „Moeder! Steek de lamp op, hè!" gebood ze heeschig.

't Was net. of er iets op 'r stembanden zat te pratten.

Ontsteld trok mevrouw Verschoore zich in een effen, fatsoenlijke plooi; 'r gelaat keek stemmiger, 'r handen speelden met de toetsenlooper.

Dat kind ook!

Het zou haar waarlijk de stuipen op het lijf jagen; ze het het pianokleedje op den grond zakken, streek nerveus over 'r oogen. O! Vernederend was het toch wel; in de nabijheid van je kind je te vergeten!

Nolding, — nooit bang voor eenige ontdekking, onverschillig en brutaal, als hij was — lachte onaangenaam.

En onderwijl hij gedempt op Erlkönig fantazeerde, neuriede hij spottend mee: „Siehst Vater, du, den Erlkönig nicht, den Erlenkönig mit Kron und Schweif ?"

— „Ze is bang — het kleine kind is bang! Sliep uit!

Sluiten