Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als zijn dochtertje; stoeit 'n beetje met haar, anders niet."

Lies lachte honend.

— „Stoeien? Nou, als je kussen stoeien noemt.

laat ie dan maar alleen met u stoeien."

!— «Lies!" waarschuwde 'r vader. Nog was in zijn vrouw de jaloezie heviger dan de voorzichtigheid.

— „Hij plaagt je maar wat," suste zij zichzelf luid.

— „Dat is niet waar? U U jokt U bent

jaloersch bespottelijk gewoon," schreeuwde Lies door

't dolle heen.

En altijd opnieuw klonk het in 'r ooren: „ik zag Jan daarnet met zoo'n aardig, coquet meisje...... zoo'n aardig

meisje Als vader 't nu ook al vond "

— „Foei! Schaam je! Het is je moeder! Dat zou toch al te dwaas zijn — als die" — hij brak af; hoewel hij het absoluut niet geloofd, klonk zijn lach geforceerd, om de hinderlijke gedachte alleen.

ÉK• „Maar natuurlijk!" beaamde zachtkens zijn vrouw; en onhandig troostend voegde ze erbij:

— „Jan komt wel weer tot je terug, kind. Zoo'n scharrelpartijtje heeft ieder jongmensch "

Weer stampvoette Lies.

— „Maar ik wil...... wil hem niét. Jan niet en

Nolding niet. Als dié weer aan me komt dan

ja. dan krab ik hem z'n leelijke, fletse oogen

uit 't hoofd. Daar 1 U mag hem, hoor!"

— „Die toon tegen je moeder komt niet te pas, Lies," wees Verschoore terecht.

Sluiten