Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ligste gevoelens zich verraden wetende, stond ze dreigend voor de moeder, die zich zelf „onschuldig" noemde.

— „Dat liegt u! Ik geef niks om hem, ik ben niet jaloersch; en u bent niet onschuldig. Jij, jehoudt samenkomsten met dien laffen vent, hè — als vader en ik niet thuis zijn, hè!"

— „Lies!"

Verschoore's stem trilde van bedwongen drift.

— ,,'t Is wel vader! Wèl waar!"

— „Schaam je! Wat bezielt je toch! Ik ken je niet meer!"

— „Kijk me niet zoö aan vader! Niet zoö! zoö niet! Ach God nee! Zie me niet zoo minachtend aan! Nee vader, nee! Doe dat niet!? Want tot zulk 'n leugen zou ik me nooit verlagen nooit "

Hijgend hield ze op: in een snik.

't Werd mevrouw Verschoor te machtig; met knikkende knieën zakte ze op 'n stoel neer, hoewel ze zich voornam, tot het einde toe, te ontkennen.

— „Och man! ze is ontoerekenbaar. Het kind weet in 'r opgewondenheid niét, wat ze zegt — dat is haar verontschuldiging. Ga naar buiten, 'n wandeling doen......

de warmte maakt je ziek."

— „Dat weet ik wèl; ik weet best, wat ik zeg. Ik — ik zweer het."

Want nog meèr dan de gelaten, kalme houding der moeder, irriteerde haar het strakke, ongeloovige gezicht van den vader.

Gaf ze werkelijk om den jongen Heins, en was het dus wraak."

Sluiten