Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Lies nu pas tenhalve begrijpen ging .— wat ze in 'r jaloersche smart om Jan — vader aangedaan had.

— „Wat zou jouw kind er aan hebben, om zoö te jokken?" bezon Verschoore, langzaam sprekende.

En onderwijl klampte zijn vrouw zich vast.

Scheiden kan hij niet ■— geen twee getuigen, en je moet op overspel betrapt worden. Er moeten twee getuigen zijn. Twee...... zoo warrelde het in 'r hoofd.

Maar geen woord kwam over 'r hopen; onrustig verschoof ze zich op haar stoel, wetend, zijn oogen voortdurend op haar gevestigd.

— „Dus? Is ons kind een gewetenlooze dochter?" Haastig kwam 't meisje naderbij; 'r gezichtje hevig

bewogen.

— „Ik — ik ben niet gewetenloos, vader! Nee vader 1" En nu i— met vlak voor haar de twee die haar

veroordeelden, sloeg mevrouw Verschoore's stemming plots om.

— „Laat komen, wat komen wil. Als alles me ontnomen wordt — dan bhjft me toch altijd hèm, Nolding.

En ze zag zich reeds met hem 'n woning zoeken, klein, maar comfortable. Ze gingen arm in arm — dan — in 'n opwelling, boog hij — Nolding — zich teeder tot 'r over, fluisterend: dit is wel 'n heel verrukkelijke oplossing, Noor!

Ze glimlachte op maar dan bewust ziende de strakke gezichten van vader en dochter, trok ze haar vol gezicht in stemmiger plooi.

„Wat wil je toch?" — vroeg ze afgeleid — geheel vergeten zijnde zijn bange vraag.

Sluiten