Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gedaan, moeder verraden. Groote God, wat nou! 'm* „Nee vader niet. Ach vader."

— „Laat ons alleen!" beval de vader barsch.

— „Nee vader! Dat mag je niet wèggaan."

— „Wil je nu gaan?"

Wat had ze moeder en vader gedaan? Zouden die nu zoö moeten boeten, voor dien ellendigen Nolding,

en in 'r omgeslagen stemming, vond ze nü hem alleen

de schuldige. Moeder, die was verleid.

— „Ik bhjf bij haar, hoor! bij moes!" kwam ze vijandig tegen den vader. „Als u scheiden wilt, dan ga ik met u niet mee, hoor!"

** „Je bent te jong."

— „O neen vader! Te jong ben ik niet; ik begrijp best, dat het je zeer doet, vader."

— „Wil je ons alleen laten."

— „Toch bhjf ik bij moeder, als je zoo hard bent, vader!" en ze scheen alles vergeten; Jan vergeten, het achternichtje vergeten, behalve dit drama, de scheuring van hun familieleven.

En ze bad: „Moeder zeg toch wat?"

Mevrouw Verschoore, verwonderd en tevens aangedaan, door dezen omkeer in 'r kind; wendde het meisje 'r bewogen gelaat toe en vreemd: dadelijk stak ze haar verzoenend de hand toe.

<— „Moeder."

Het meisje greep 'r vingers onstuimig: kuste die — radeloos heftig — als om vergeving smeekende. Maar de wrokkende man duwde 'r ruw weg.

— „Ga onmiddellijk de kamer uit."

Sluiten