Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handen saamgevouwen zat ze daar, haar stille, blinde oogen dof-starend naar een punt.

— „Moeder!"

De dochter legde haar zacht de hand op den mageren schouder. Dat zwijgen, was in deze stemming haar ondraaglijk; ze moést iets zeggen eén woord maar.

— „Ik ben zoo teleurgesteld...... kind; ik dacht

Verschoore "

— „Hij is ziek, moeder."

Geduldig repeteerde ze haar les, eiken dag opnieuw, tegen de hardnekkig-zeurende oude vrouw.

— „Altijd is hij er geweest iedere Kerstmis. "

En ze schudde nadenkend het grijze hoofd.

— „Hij vindt het zélf onaangenaam, moeder."

— „Is hij heèl ziek?" vroeg ze zooals allen dag. „Is hij dan heel ziek?"

— „Influenza! Noemt u dat gezond? Anders was hij toch ook gekomen 1"

— Je had bij hem moeten...... blijven." Weer

schudde ze 'r hoofd. „Je had hem. moeten verplegen man en vrouw het is vreemd onbegrijpelijk "

— „Tob daar toch niet over, moeder, het maakt u zoo nerveus, het is niet goed voor u."

De oude mevrouw streek over haar zwarte schort.

— „Je hoorde bij je man."

— „Maar u dan, moeder — en Kerstmis — het familiefeest?"

De hulpelooze blinde oogen keken den kant der dochter op.

Jaloersche hart 7

Sluiten