Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Lig ze. zoo goed?" stamelde ze hem na.

Weer 'n korte, harde, niet te bedwingen snik, van zalige ontroering.

En ze bracht dat lieve teere vraagje weer in verband met dien een en keer. in vader 's schemerig studeervertrek, toen in de huiskamer Nolding en moeder

En onder die schrijnende herinnering, vergat ze die andere, die tweede vrouw van papa, leed ze weer mee met haar vader en zichzelf. O! die mispunten, die lafaards ! Overweldigd van liefde drukte ze hem hartstochtelijk tegen zich aan en klaagde weer.

— „Ben je er dan eindelijk? Ben je dan toch eindelijk 's gekomen! Hoe heb je het zoö lang zonder me gedaan ik ik hou toch zoö van je! zoo dol hou

ik van je!"

<— „Prinsesje!"

Weer was er de herinnering aan vroeger — toen had hij, vader — ook zoo met 'r gevleemd.

— „Nee! zeg dat niet neen. Je doet me er zoo'n pijn mee!" verzocht ze.

W „Maar kind !"

—» „Maar papa "

Boven alles, boven haar moeder, ja! boven Jan, had ze hém hef, haar eigen vader, stelde ze vast. Er was toch ook niets, dat haar zijn gemis vergoedde, overwoog ze. En spontaan ineens, smeekte ze — de bijomstandigheden niet tellende:

— „Vader! N eem me mee! Ik wil mee!"

Dan — als schaamde ze zich over haar aandringen — borg ze haar hoofd weg, aan zijn borst.

Sluiten