Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo wist zij het; had zij het opgevat

Zij zag daar niet in, zijn jaloersche smart; neen! Slechts hooghartige, minachtende verontwaardiging moest hem redelijkerwijs zoó hebben doen besluiten. Zijn eerste was hem onwaardig; hij moest haar verachten, nu. Hij kón niet anders.

Zij. Anne. zou hem beter begrijpen, hem nabijstreven in duldende goedheid, hem hooghouden.

Dat zou ze.

En zoo huwde zij hem.

Toen wós — na een kalm. tevredene stemming der bruidsweken, waarin zij zich als de dankbare, nederige gevoelde - onmerkbaar een stille, heimkjke wrok in haar gekomen.

Zoo hevig voelde zij haar recht als zijn vrouw, dat ze wrokte tegen zijn kind. wrokte tegen zijn eerste, wrokte tegen de jaren des levens, waarin zij niéts voor hem was geweest en andere menschen alles. alles.

Als God — in Zijne Wijze goedheid — hem haar toch eerder had doen ontmoeten, overpeinsde ze bitter.

Waarom pas nó?

Hij was toch voor haar bestemd geweest.

Waarom nü pas! Nu hij het grootste gedeelte zijns levens doorleefd had?

Dwaas-jaloersche opwellingen beheerschten haar.

Oplettend zag ze hem soms aan, zag naar zijn blonde hoofd, met de peinzende, ver-wegge oogen, en ze wrokte:

Waaraan denkt hij; waarom spreekt hij niet tegen mij, of kijkt hij niet naar me?

Sluiten