Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Wat is het hier toch goed I Bij jou — zoo rustig. Kijk daar hggen mijn couranten al klaar. Je bent toch een zorgzame vrouw."

Plots kon zij zich niet meer beteugelen,

Ik moét het weten, dacht ze. Ik moet. Dan heb ik

zekerheid. Dat is niet zoo kwellend. Ik zal trachten zoó

voorzichtig mogelijk er op aan te sturen.

— „Blijft ze hier?"

Hij sloeg de courant open.

— „Blijft zij hier voor goed, of — maar voor een paar dagen ?"

Hij weifelde.

— „Dat — dat kan niet dadelijk vastgesteld. Dat hangt hoofdzakelijk van mijn dochter af. Waarom vraag je dat?"

— „Alles wordt met haar tegenwoordigheid zoo anders. Jij, jij bent zelfs anders. Jij, die toch moet inzien, in welk een moeilijke positie je me plaatst......"

Heftig viel hij haar in de rede.

— „Mijn Lies zal zeker een aanwinst voor ons zijn."

— „Voor ons?"

Hij nam haar koud op.

— „Ze is een allerliefst, warm kind."

— „Zal ze dat —« ook voor mij zijn?"

— „Ook voor jou," antwoordde hij kort, wrevelig gestemd.

— „Een allerliefst kind — zoo-zoo 1 Wat 'n opgewonden vadertrots!" zei ze schorrig.

— „Een zuiver oordeel, meer niet."

Sluiten