Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Dacht je nu heusch, Anne, dat mijn dat Noor

en ik elkander om den hals vlogen?"

— „Dat moest er nog bijkomen," viel ze hem schorrig in de rede.

— „We hebben elkaar als vriendelijke kennissen behandeld, al was er het kind, dat hier onder leed."

— „Ze moet noodig opkomen voor 'r moeder," spotte zijn vrouw.

— „Tot het kind alleen ging onze belangstelling, over haar ging ons gesprek. Natuurlijk deed het de moeder pijnlijk aan, dat Lies met me meewilde, maar "

— „Natuurlijk, zoo'n goede, zorgzame moeder," hoonde de andere.

— „Maar we zijn toch tot een resultaat gekomen."

— „Hoe lief van 'r."

—■ „Ze schikte zich erin, terwille van 'r dochter."

— „Wat een onzelfzuchtige vrouw!"

Alles wat week en goed in haar was, het beste in haar, werd teniet gedaan door 'r verwoestende jaloezie. Hij zuchtte.

~ „Ik heb meelij met haar, Anne!"

— „Ik ook."

— „Och kom, spot er niet mee, als je blieft."

— „O! neen, dat dat doe ik toch heelemaal niet. Dat zou ik niet durven."

—i „Ik begrijp je niet. Eigenlijk val je me hierin tegen." ,— „Natuurlijk val ik tegen. Als 'n man eerst zoo'n

volmaakte vrouw heeft gehad " Ze lachte uitdagend.

—- Hij stond op, schoof zijn stoel ruw weg. Anne werd volmaakt ernstig.

Sluiten