Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI

Boven pakte Lies haar koffertje uit.

Als ze maar niet zoo iets vriendelijks had. zoo iets heel pakkends, mokte ze.

Ze is zoö zacht en zoo hoog, te gelijk.

Ja .— als ze de vrouw van vader niet was mm dan zou ik van haar kunnen houden. Ze trekt me ondanks alles.

Maar ik wil — wil — niet om haar geven; ze verdringt moeder en mij immers.

En mij.

Nee hoor! Ik wil niets voor haar voelen, voor die indringster.

En ze zette het groote portret van haar moeder uitdagend op het nachtkastje, biddend:

Als die nou maar weer geen kennis aanknoopt met vreemde mannen. Ze is er toe in staat — zoo alleen — met niemand om haar te bewaken. Als ze me diè ellende aandoet

Je houdt je goed hoor, bromde ze tegen het portret. Maar neen, je zult nou met Nolding wel je bekomst gekregen hebben. Het eenige aanlokkelijke, om hier bij

Sluiten