Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ze wees met haar vinger, naar het portret, zoó samen willende houden, hun band van drie.

— „Lize?"

Hij duwde haar weg, teleurgesteld.

— „Waarom moet dat..... je pijnigt mij je pijnigt

haar ermee — Anne."

— „En zij is mijn moeder. Heb ik juist gedaan, met opzet" ■— „Je bent wreed."

— „U was wreed. U verstiet haar, mijn moeder. U was wreed; wreeder dan ik. En laat zij niet aan m'n moeder komen, hoor! Als ze dat doet "

— „Dat zal ze niet."

— „Dat zal ze wel, dat nare mensch. Zeg vader, wat is ze gek lang, èrg leelijk vind ik haar, niks an, lang zoö mooi niet als moeder. en al zoö oud "

— „Vind je?"

Hij vroeg het met 'n effen gezicht

— „Niks an," loog ze. „En ze is jaloersch natuurlijk op ons, op moeder en mij. Idioot om jaloersch te zijn en zij zal vast op moeder en mij hakken......"

— „Kind; wat draaf je door?"

— „Ze doet het töch, papa, vast; zij, ze kan niet hebben, dat ik hier ben, bij jou, vader, ik weet het; ik voel het."

Verschoore stond met stroeve oogen naar 't bewegelijk gezichtje van zijn dochter te staren. Wat was hij begonnen.

Hoe moest het gaan, met die twee. Hij er altijd tusschen in, sussend, vergoeilijkend, verdedigend, nu zijn vrouw, dan zijn dochter.

Sluiten