Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Waarom niet?"

— „Die heb ik niet noodig."

— „Je houdt dus van niemand, behalve "

— „Van papa en moeder," voegde ze er kleurend

aan toe. „Van moeder vooral," herhaalde ze beslist

Anne Verschoore glimlachte ongeloovig; ze doorgrondde Lize.

— „En behalve die twee, heb je zoo geen ander

mensch noodig, is het wel?" vorschte ze.

— „Tóch," zei het meisje openhartig. „Een.

De oudere vrouw raadde, wat 't meisje bedoelde en — opeens werd ze zwaarmoedig.

— „Wil nooit het geluk des levens uit de handen van een, kind," kwam ze bitter.

— „Juist wel. Een moet alles voor je zijn."

— „O! Neen!"

— „En waarom dan niet?"

— „Wil nooit uitsluitend de genegenheid van eèn mensch, om je leven rijk te maken. Maak toch nooit iemand tot je middelpunt. Neem mijn raad ter harte 1"

En Anne overpeinsde, hoe zij nog zoo zot was geweest op haar leertijd, dót te wenschen — eèn mensch.

— „Ik ik was ook zoö dwaas," fluisterde ze voor

zich heen, als vergetend de tegenwoordigheid van zijn kind.

Het meisje luisterde stil.

— „En dan wordt je bitter — later — als het blijkt — dat je in je zelfzucht te veel gevergd hebt, dat je die hefde van dien anderen mensch overschat hebt "

Het meisje hield zich doodstil.

Alsof dit voor haar ooren niet bestemd was, deze

Sluiten