Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Dus, dan moet men nooit zijn volkomen vertrouwen

3311 3311 iemand geven, bijvoorbeeld aan een...... een

man; dus. dan is de liefde van geen blijvende waarde

m üw oogen. maar een kindje dan. een klein, rozig.

mollig kindje, dat je in je armen houdt, dicht dicht

aan je borst 7'

Er kwam geen antwoord.

Z°o iets heel liefs en hulpeloos"

Ze sprak peinzend voor zich heen - in ondoordacht egoïsme - wetend haar schoon verlangen: moeder te worden, door hèm — Jan.

Ze kwam er niet toe, zich te verplaatsen in den toestand der andere, aan wie die verrukkehjke weelde was ontzegd, zijnde een vrouw, even in de veertig.

Aan die tweede.

Die daar zat met smartelijke oogen en vertrokken mond. En zweeg.

Wat Lies bevreemdde en aarzelend deed vragen:

7 "Vindume no9 te i°n9 om daarover

te denken ernaar te verlangen?"

Anne legde iets heel zachts in haar oogen, terwijl ze Lies aankeek.

— „Dat is een verlangen — oud. als de menschheid." * "Ik dacht u vond mij te jong daarvoor. u

vond mij erg eigenwijs ouwelijk zelfs."

De „tweede" ging er niet op in; wilde niet critiseeren dit vertrouwen-gevende meisje. Al had 'r begeerte, (wat met zoo was), haar bespottehjk-sentimenteel geleken.

- „Oud. zooals de menschheid oud is." herhaalde ze week.

Jaloersche hart. II

Sluiten