Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Dat is nog 's een verrassing!" vervolgde ze *— gemaakt vroolijk lachend.

— „Dat zegt u met recht," beaamde Lies schorrig. Het volle, bleeke gezicht van de moeder vertrok als

in pijn, haar lach brak af; 'n vuurroode blos overdekte 'r heele gelaat, tot over het voorhoofd toe.

— „Nee moeder! Nee!"

De vrouw, die bei haar armen uitstak naar de eigen dochter, werd driftig afgeweerd.

— „Kind, ik "

— „Wat „ik"?"

En Lies stelde vast. Moeder doet hef, om haar schrik te verbergen, daarvoor doet ze hef, „Bah!"

tmk „Ik — vond het — zoo aardig," begon de moeder.

— „Zoo aardig?" repeteerde de dochter spottend.

— „Dat je gekomen bent."

— „Ach kom!" Lize's oogen tuurden even minachtend den kant van den zwijgenden, mannelijken toeschouwer, uit.

— „Meneer Kalden, die is 'n broer van oom's compagnon," merkte Noor verontschuldigend op.

De jonge man, die fijntjes lachend, een sigaar puntte, kwam naderbij. „Wilt u ons even aan elkaar voorstellen?"

Maar het meisje geen acht slaande, keerde zich beleedigend af.

— „Moeder, moeder!" kwam ze hoofdschuddend haar de les lezende.

— „Kind. ik?"

Weer stak Noor 'r armen uit naar 't meisje, dat 'r ruw van zich af duwde.

— „Ik dacht —' u miste me," zei Lies toonloos.

Sluiten