Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI

VAN DE EUVELDADEN VAN DE HUISHOUDSTER (39) EN DE STREKEN DIE IK UITHAALDE

„Doe zooals gij ziet doen," zegt het spreekwoord, en het is goed gezegd. Na rijp beraad kwam ik tot het besluit om schelm te zijn met de schelmen en zoo mogelijk allen te overtreffen. Ik weet niet, of het mij gelukt is, maar ik verzeker u, dat ik alle mogelijke moeite daarvoor deed. Ten eerste stelde ik de doodstraf in voor alle varkens die het erf binnenliepen en voor de kippen van de huishoudster die van uit den hoenderhof mijn kamer voorbijkwamen. Eens gebeurde het dat twee varkens met een ronding van vormen zoo bekoorlijk als ik nooit in mijn leven zag, op ons erf terecht kwamen; ik was toen met de andere bedienden bezig met een of ander spel en hoorde geknor. Ik zei tegen een hunner: „Ga eens kijken, wie op ons terrein knort." Hij ging en kwam terug met de boodschap, dat het twee varkens waren. Toen ik dat hoorde, werd ik zoo kwaad, dat ik naar buiten ging en uitriep dat het getuigde van verregaande schurkerij en onbeschaamdheid om op andermans erf zóó te komen grommen. Dit gezegd hebbend stak ik ieder hunner — nadat de deur gesloten was i— den degen door de borst en daarna maakten wij ze af; opdat men het rumoer dat ze maakten, niet zou hooren, hieven wij tegelijkertijd een geweldig geschreeuw aan, alsof wij zongen. Nadat ze den geest hadden gegeven, sneden wij hen den buik open, vingen het bloed op en zengden op het voorplein ze voor de helft de borstels door het stroo uit onze matrassen in brand te steken, zoodat bij de

Sluiten